Past perfect is een verledentijdsvorm in de Engelse taal. Deze gebruik je wanneer je een gebeurtenis uit het verleden omschrijft dat een andere gebeurtenis voorging. In de zin ‘By the time she arrived at the restaurant I had already finished my burger’ is de past perfect ‘had finished. De past simple is‘she arrived’.

Past perfect gebruik je bij zowel de directe als de indirecte reden, bijvoorbeeld: ‘I told her I had already finished my burger.’

Hoe gebruik je de past perfect?

De past perfect is simpelweg het woordje ‘had’ + het voltooid deelwoord. In het Engels vervoeg je regelmatige werkwoorden door de stam + ed te gebruiken. De stam in voorbeeld is ‘finish’, wat betekent dat het voltooid deelwoord ‘finished’ moet zijn.

Onregelmatige werkwoorden zoek je op in de lijst met Engelse onregelmatige werkwoorden. Je volgt dan de derde kolom (past participles, oftewel voltooid deelwoorden), bijvoorbeeld:

Werkwoord: to eat
Verleden tijd: ate
Voltooid deelwoord: eaten

De past perfect wordt dan dus ‘had eaten’.

Hoe herken je de past perfect?

In het Engels zijn er verschillende signaalwoorden aan te wijzen die de aanwezigheid van de past perfect in een zin verklappen, bijvoorbeeld: By the time, As soon as, Before, After, until.

Wil je altijd antwoord op al je vragen?

Op de app stel je direct je vraag, waarna een bijlesdocent je verder helpt. Zo wordt leren aangenamer en zullen je schoolprestaties binnen afzienbare tijd verbeteren.

Oefenzinnen

Vul de juiste werkwoordsvormen in.
1. Before I (to go) to work, I (to finish) most of my house chores.
2. When she (to tell) me she (to be) pregnant, I had already (to know) for weeks.
3. Because I (to expect) her to cancel, I (to adjust) our reservation at the restaurant beforehand.

Op zoek naar een ander onderwerp?