De prijselasticiteit heeft te maken met de verandering van de vraag naar een product na een verandering in de prijs. Bij het ene product is die elasticiteit sterker dan bij het andere product. Dit heeft met verschillende factoren te maken. Daarom krijg je in dit artikel uitleg over de verschillende vormen van prijselasticiteit.

De soorten verbanden

Er is bij prijselasticiteit altijd sprake van een negatief verband. Wordt de prijs hoger, dan wordt de vraag minder. Alleen is het wel zo dat dit verband voor elk product verschillend is. Wanneer je het hebt over voedsel, dan zal een prijsstijging maar een kleine vermindering in de vraag teweegbrengen. Je blijft immers eten nodig hebben. Heb je het echter over luxe auto’s, dan zal de elasticiteit veel groter zijn. Er zijn dan veel goedkopere alternatieven waar steeds meer mensen voor kiezen.

Het omgekeerde geldt voor dit type producten natuurlijk ook. Worden de luxe auto’s goedkoper? Dan wordt de vraag ook steeds groter, kopen mensen meer auto’s en merken de alternatieven zoals het ov of fietsverkopers dat zij minder gekozen worden.

Formules voor de prijselasticiteit

Het berekenen van de prijselasticiteit kan je doen met een formule. Die formule is E = % vraagverandering / % prijsverandering. Dit kan je dan weer herleiden tot andere formules. Zo kan je bijvoorbeeld zien dat % vraagverandering = E x %prijsverandering. Ook geldt dat % prijsverandering = % vraagverandering / E.

In een voorbeeld

Wil je de prijselasticiteit berekenen? Dan kan dat heel gemakkelijk. Stel de vraag naar een product daalt met 10% omdat de prijs met 5% is toegenomen. De prijselasticiteit is dan dus E = -10/5 = -2. Het verband tussen de prijs en de vraag is negatief, dus is ook de prijselasticiteit altijd negatief. Je zult dus altijd een min moeten gebruiken. In dit geval is de elasticiteit dus -2.

Je kunt ook de verandering van de vraag berekenen. Dat kan je doen wanneer je de prijselasticiteit al kent. Dan weet je wat een prijsverandering zal doen met het product. De formule is % vraagverandering = E x % prijsverandering. Wanneer E = -1,5 en de prijsstijging is 10%, dan weet je dus dat % vraagverandering = -1,5 x 10 = 15. De vraag zal dus met 15% omlaag gaan als de prijs 10% zal stijgen.

Ook de verandering in de vraag is in een voorbeeld te zetten. Stel dat je weet dat de prijselasticiteit van een bepaald product -1,2 is. En je weet dat bij een prijs van 50 euro 1000 stuks worden verkocht. Dan kan je dus ook achterhalen wat je zal verkopen wanneer de prijs naar 60 euro gaat. Daar heb je dan de elasticiteit voor nodig. Dat kan je doen met een stappenplan.

Het stappenplan

De eerste stap die je zet is het bepalen van de juiste formule. Je wilt in dit geval de verandering van de vraag achterhalen dus de formule % vraagverandering = E x % prijsverandering. De volgende stap is dat je ermee gaat rekenen. Je weet dat E = -1,2. Ook weet je dat de prijs van 50 naar 60 euro gaat. In percentage is dit (60-50)/50 x 100% = 20%. Dit kan je nu in de formule gaan invullen. Je krijgt dan % vraagverandering = 1,2 x 20 = 24. De procentuele verandering in de vraag is 24%. Dit kan je dan weer gebruiken om de absolute aantallen van de vraag te kennen. Het waren er 1000. Daar gaat 24 % = 240 stuks af. De vraag blijft dus steken op 760 stuks.

Rekenen zonder procentuele veranderingen

De prijselasticiteit bereken je met de procentuele veranderingen in vraag en prijs. Vaak zijn dit echter juist de dingen die je niet weet. In dat geval moet je een iets andere formule gebruiken. Dan wordt de formule namelijk E = p/Q * dq/dp. Dat vraagt natuurlijk om enige tijd. E is nog altijd de prijselasticiteit. De p staat voor de beginprijs en de Q voor de beginvraag. Dq staat voor de verandering in de vraag en dp voor de verandering in de prijs.

Wil je altijd antwoord op al je vragen?

Op de app stel je direct je vraag, waarna een bijlesdocent je verder helpt. Zo wordt leren aangenamer en zullen je schoolprestaties binnen afzienbare tijd verbeteren.

In een voorbeeld

Nu je de formule hiervoor kent, kan je daar ook mee aan de slag om de prijselasticiteit te berekenen. Stel dat je een vraagfunctie van Q = -5p + 400 hebt. Dan kan je aanslag met de formule zoals die hiervoor is gegeven. Je gaat nu op zoek naar de onbekende gegevens door de vraagfunctie te herleiden. Kies je bijvoorbeeld een beginprijs van 30, dan weet je dat Q =-5×30 + 400 = 250. Daarmee kan je de formule al half invullen. Je hebt nu dus E = 30/250 x dq/dp.

Het is nu zaak om de prijs te berekenen om achter de prijselasticiteit te komen. Kies je nu voor een prijsstijging van 1 euro, zodat de prijs dus 31 euro wordt? In dat geval kan je de formule invullen en ontdek je dat Q = -5 x 31 + 400 = 245. Dat betekent een daling van 5, namelijk 250-245 = 5. Dit kan je ook in de formule passen. Je krijgt nu dus E = 30/250 x -5/1 = -0,6. Dit is dus de elasticiteit.

De verschillende soorten elasticiteit

Er zijn veel vormen van prijselasticiteit. Het vertelt je hoe sterk de vraag verandert als de prijs verandert. Meer elasticiteit betekent ook sterkere verandering in de vraag. Heb je te maken met een volkomen inelastische vraag? Dan is E dus altijd 0. Ongeacht de prijs zal de vraag voor een bepaald product dan altijd precies gelijk zijn. Je hebt ook een relatief inelastische vraag. In dat geval is -1 < E < 0. De vraag zal maar lichtjes reageren op prijsveranderingen. Er is wel iets minder vraag, maar dit is heel weinig. Dan is er ook nog de relatief elastische vraag. Dit is wanneer E < 1. De vraag zal heel sterk veranderen aan de hand van een verandering in de prijs. De consument koopt het product dan niet mee. Dit is vooral aan de orde bij luxeproducten die geen basisbehoefte vervullen bij mensen. Je kunt dan gemakkelijk kiezen voor een alternatief. Dit is bij volkomen en relatief inelastisch niet het geval.

Op zoek naar een ander onderwerp?