De belastingboxen en schijventarieven zijn belangrijk voor het Nederlands belasting systeem. Het helpt om te bepalen wat je moet betalen over je inkomen en je financiële bezittingen. Dit gaat aan de hand van box 1 voor de inkomsten uit woning en werk, box 2 voor aanmerkelijk belang en box 3 voor de belasting op vermogen. Om dit beter inzichtelijk te maken vind je in dit artikel een uitleg.

De drie boxen

In Nederland is sprake van drie belastingboxen voor inkomsten belasting. In de meeste gevallen zit de belasting in box 1. Dit is de box waarin inkomsten uit woning en werk zitten. De andere twee boxen zijn bestemd voor geld dat je krijgt uit investeringen en het geld dat je spaart. Het is slim om de boxen afzonderlijk eens te bespreken.

GBox 1

Box 1 van de belastingboxen is bestemd voor inkomsten uit woning en werk. Dit gaat aan de hand van de zogenaamde belastingschijven. Hoe dat eruit ziet zie je in de volgende tabel uit 2017.

Schijf

1

2

3

4

Belastbaar inkomen

€0 t/m €19.981

€19.982 t/m €33.790

€33.791 t/m €67.071

€67.072 en meer

Percentage

36,55%

40,8%

40,8%

52%

Dit betekent dus dat je voor elk gedeelte van je inkomen in een andere schijf kan vallen. Dat gedeelte wordt dan volgens dat percentage berekend. Dit hoeft niet heel lastig te zijn. Stel dat je €70.000,- hebt. Dan betekent dat dus dat je €19.981 * 36,55 %= €7.303,- in schijf 1 moest betalen. Vervolgens moest je voor schijf 2: €13.808 × 40,8% = €5.634,- betalen. In schijf 3 betaal je vervolgens €33.280 x 40,8% = €13.578,- Uiteindelijk blijft er dan over voor schijf 4: €2.928 x 52% = €1.523,- De totale belasting die je dan dus moet betalen is €7.303 + €5.634 + €13.578 + €1.523 = €28.038.

Wat is de marginale belastingdruk?

Ook de marginale belastingdruk heeft betrekking op de belastingboxen. Het gaat dan om het percentage aan belasting dat je betaalt over je laatst verdiende euro. In het voorbeeld hiervoor van €70.000,- was dat dus voor de 70.000ste euro 52%. Over de andere euro’s betaal je een lager percentage, maar dat doet dus niet ter zake voor de marginale belastingdruk.

Meer over box 2

De belastingboxen verschillen allemaal van elkaar. Box 2 staat namelijk voor aanmerkelijk belang. In deze box gaat het dus om belastingen die je moet betalen over bijvoorbeeld verkregen dividend. Dit is de winstuitkering van een bedrijf. Of je betaalt belasting over de winst die je hebt overgehouden aan de verkoop van aandelen. Box 2 wordt op het examen eigenlijk nooit gevraagd. Daarom komt het ook eigenlijk niet in de les van Economie terug en hoef je er geen berekeningen mee te maken.

Alles over box 3

Dan is er ook nog de laatste van de belastingboxen. Het gaat dan om box 3: de belasting op vermogen. Dit is het deel dat gaat over je spaargeld. In 2016 is er een verandering in doorgevoerd. Voor die tijd moest je vanaf een bepaald punt altijd 1,2% belasting betalen. Dit was omdat er gesteld werd dat je winst maakte dankzij de rente op je gespaarde vermogen. Dat moest je dan afdragen aan de staat voor een deel. Tegenwoordig is de drempel wat veranderd. De eerste €25.000,- is belastingvrij. Daarna val je in schijven zoals je ziet in deze tabel. Het is dus belangrijk om deze zaken goed op orde te hebben zodat je precies weet wat er met je spaargeld moet gebeuren.

Schijf

1

2

3

Vermogen

Tot en met €75.000

Van €75.001 t/m €975.000

Vanaf €975.001

Percentage

2,871%

4,6%

5,39%

Wil je altijd antwoord op al je vragen?

Op de app stel je direct je vraag, waarna een bijlesdocent je verder helpt. Zo wordt leren aangenamer en zullen je schoolprestaties binnen afzienbare tijd verbeteren.

Op zoek naar een ander onderwerp?