Polair en apolair slaat op de lading van de moleculen. Die is nooit positief of negatief. De totale lading is altijd 0. De lading is soms echter niet helemaal exact verdeeld. De ene kant heeft dan een positieve en de andere kant een negatieve lading. Dit verschil is niet groot, maar kan wel voor bindingen tussen verschillende moleculen zorgen. Moleculen met een verschil in lading worden polaire moleculen genoemd. De moleculen zonder verschil heten apolair.

De lading van een molecuul

Polair en apolair worden met verschillende tekens aangegeven. Een polair molecuul krijgt de Griekse letter delta met daarbij een + of – teken. De moleculen die polair zijn kunnen een zogenaamde dipool-binding aangaan. Dat komt omdat ze een dipoolmoment hebben. Polariteit komt voort uit het feit dat de kern van het ene atoom trekt aan de elektronen van de een ander atoom. De lading kan daardoor enigszins veranderen. Als het gaat om water, dan is het zuurstofatoom in staat om aan de elektronen van waterstofatomen te trekken. Daardoor worden de waterstofatomen meer positief en het zuurstofatoom meer negatief.

Kijken naar de ruimtelijke structuur

Om meer inzicht te krijgen in polair en apolair, is het belangrijk om naar de ruimtelijke structuur van de moleculen te kijken. Wanneer het molecuul symmetrisch is, dan heffen de ladingen elkaar op. Dit molecuul is dus apolair te noemen. Wanneer jet echter niet symmetrisch is, dan zijn de ladingen niet op te heffen en wordt het polair. Wordt er hard aan getrokken, zoals eerder besproken, dan is dat de aanleiding voor het ontstaan van polariteit. Wordt aan beide kanten even hard getrokken, dan zal de lading symmetrisch blijven en is het apolair.

Wil je altijd antwoord op al je vragen?

Op de app stel je direct je vraag, waarna een bijlesdocent je verder helpt. Zo wordt leren aangenamer en zullen je schoolprestaties binnen afzienbare tijd verbeteren.

Op zoek naar een ander onderwerp?