Het demografisch transitiemodel wordt vaak bij aardrijkskunde gebruikt. Het is een model waarin verschillende fases worden beschreven. Het is een model waarin cijfers worden vergeleken Het gaat om de geboortes en overledenen. Op die manier is te bepalen of er bevolkingsgroei of bevolkingsafname plaatsvindt. Wanneer meer kinderen geboren dan dat er mensen sterven, dan is er een groei door een geboorteoverschot. In de omgekeerde situatie gaat het om een sterfteoverschot.

Er zijn belangrijke kenmerken uit het demografisch transitiemodel te halen. Zo zitten de armere landen in de eerste fase. Wordt een land rijker, dan komt het in een steeds verdere fase. Het is dan ook goed om al deze fases eens stuk voor stuk te bekijken.

De eerste fase

Wanneer je kijkt naar fase 1 van het demografisch transitiemodel, dan zie je daarin zowel een hoog geboortecijfer als een hoog sterftecijfer. Dat betekent dat er geen echte groei plaatsvindt. Er zijn veel kinderen nodig om vroeg te kunnen werken en geld te verdienen. Dit betekent dat geboorteplanning bijvoorbeeld geen rol speelt. Ook spelen zaken zoals geloof een grote rol. Omdat er vaak ziekten, honger, onvoldoende medische middelen en slechte hygiëne zijn, sterven ook meer mensen.

De tweede fase

Ook in de tweede fase van het demografisch transitiemodel is er een zeer hoog geboortecijfer. Wel loopt het sterftecijfer flink terug. Dit betekent dus dat de bevolkingsgroei begint en snel toeneemt. Dit komt bijvoorbeeld door betere medische kennis en betere zorg. Ook wordt de riolering bijvoorbeeld beter. Daardoor blijven mensen langer gezond en daalt de sterfte.

De derde fase

In de derde fase van het demografisch transitiemodel is er nog altijd een laag sterftecijfer. Het is wel ook zo dat het aantal geboorten begint terug te lopen. Daardoor remt de bevolkingsgroei af, al blijft er wel een bepaalde mate van groei omdat er nog altijd een geboorteoverschot is. Kinderen zijn niet meer perse nodig om te werken, waardoor geboorteplanning beter mogelijk wordt.

De vierde fase

In de vierde fase zijn zowel de geboortes als het aantal overledenen flink teruggelopen. Dit is de normale fase voor landen met veel welvaart. Er is eigenlijk geen bevolkingsgroei meer. Er is meer aandacht voor geboortebeperking en vrouwen zijn onderdeel van de beroepsbevolking waardoor gezinnen later gesticht worden.

De vijfde fase

De vijfde fase van het demografisch transitiemodel is de fase van de toekomst. Er wordt een sterfteoverschot verwacht. Dat heeft onder andere te maken met vergrijzing. Mensen worden ouder, terwijl de nieuwe geboortes geen gelijke tred houden. De gemiddelde leeftijd van de bevolking wordt daardoor ook langzaam maar zeker steeds hoger.

Wil je altijd antwoord op al je vragen?

Op de app stel je direct je vraag, waarna een bijlesdocent je verder helpt. Zo wordt leren aangenamer en zullen je schoolprestaties binnen afzienbare tijd verbeteren.

Op zoek naar een ander onderwerp?