De verdunningsfactor berekenen is een onderdeel van het vak scheikunde. Verdunnen is een belangrijk punt en het is zaak om hier veel aandacht bij te houden. Het kan om zoiets simpels gaan als siroop dat je in water mengt waardoor je de siroop verdunt. Dit is echter niet de enige mogelijkheid. Er zijn allerlei stoffen die je kunt verdunnen. Ook de gevaarlijke stoffen. Daarom vind je in dit artikel meer informatie over dat proces.

Geconcentreerde middelen verdunnen

De verdunningsfactor berekenen is ook van belang voor chemici. Die zijn bijvoorbeeld in hun laboratorium bezig met het verdunnen van een geconcentreerd middel. Op die manier kunnen ze het dan gebruiken in proeven. Ook in het ziekenhuis wordt op deze wijze met medicijnen gewerkt zodat ze zijn toe te dienen aan patiënten. Het werken met verdunningen gaat dus op een hele specifiek. Dat vraagt ook om een specifieke berekening.

Wat is de verdunningsfactor?

De verdunningsfactor berekenen is niets anders dan bepalen hoeveel keer verdund de concentratie is. Dat doe je dus door de concentratie voor de verdunning te delen door de concentratie na het verdunnen. Dit kan je heel simpel zien. Wanneer je de 20 g/L uit het vorige voorbeeld verdunt naar 4 g/L, dan heb je dus met een verdunningsfactor van 5 te maken, namelijk 2/4 = 5. Dit kan je gebruiken wanneer je met de concentratie aan de slag te gaan.

De mate van concentratie

Om de verdunningsfactor te berekenen helpt het je om te weten in welke mate je met concentratie te maken heb of wilt werken. Je zoekt dus eerst uit wat de concentratie moet zijn. Dit is de hoeveelheid stof die opgelost moet worden in de hoeveelheid oplossing. Dit kan je simpel door elkaar delen om de concentratie te bepalen. Pas wel op dat je niet het oplosmiddel door de oplossing deelt als je dit gaat berekenen. Wanneer je bijvoorbeeld een zoutoplossing van 20 g/L wilt maken, dan betekent dat niet 20 gram plus een liter. Je begint dan met 20 gram zout en vult dit aan met het oplosmiddel tot je aan een liter komt.

Het gebruik van water

De verdunningsfactor berekenen zegt ook iets over de hoeveelheid water. Het is namelijk voor de zoutoplossing uit het gebruikte voorbeeld zo dat de verdunningsfactor groter wordt doordat je er meer water als oplosmiddel aan toevoegt. Dit kan je op twee manieren aanpakken. Je kunt er rechtstreeks water bij doen tot je van 20 g/L naar 4 g/L gaat. Je weet immers dat je dan vijf keer zoveel water nodig hebt omdat dit de verdunningsfactor is die je hebt uitgerekend. Dat betekent dus dat je dan 5 L water nodig. In dat geval moet je dus 4 L toevoegen aan de 1 L die je al hebt. Dit werkt niet altijd even gemakkelijk, je moet wel de ruimte hebben voor 5 L. Een andere optie is om 1/5 van de huidige oplossing te nemen, dus 200 ml en deze dan weer aan te vullen met water tot 1 L. Ook dan heb je de verdunningsfactor 5.

Wil je altijd antwoord op al je vragen?

Op de app stel je direct je vraag, waarna een bijlesdocent je verder helpt. Zo wordt leren aangenamer en zullen je schoolprestaties binnen afzienbare tijd verbeteren.

Op zoek naar een ander onderwerp?