Het periodieksysteem der elementen is een overzicht in tabelvorm. Daarin zijn alle chemische elementen terug te vinden. In de tabel zijn de elementen te vinden, waarbij ook de atoomnummers zijn aangegeven. Je kunt het systeem gebruiken om je berekeningen uit te voeren. In dit artikel krijg je daar iets meer uitleg over.

Gegevens in het periodiek systeem

In het periodiek systeem vind je het atoomnummer, het massagetal en de elektronenconfiguratie. De elementen die veel met elkaar gemeen hebben, zijn dicht bij elkaar te vinden. Het systeem kent een indeling van groepen en rijen.

De groepen

De groepen zijn in verticale kolommen gezet. Er zijn er 18 in totaal. De elementen in dezelfde groep hebben verwantschap met elkaar. Ze hebben gelijke eigenschappen. Sommige groepen hebben namen, denk aan de edelgassen in groep 18. Dit is echter niet altijd zo.

De rijen

In het periodiek systeem zijn de perioden de horizontale rijen. Dit zijn er 7 in totaal. Het nummer van de periode is gelijk aan het aantal schillen dat een atoom heeft. Dit staat voor de hoeveelheid banen om de atoomkern heen, waar de elektronen in te vinden zijn. De atoomnummers in de perioden lopen op. Het periodiek systeem kan gekleurde elementen hebben. De gekleurde groepen geven dan aan wat voor soort het is. De niet-metalen zijn bijvoorbeeld rood, maar de metalen zijn geel.

Wil je altijd antwoord op al je vragen?

Op de app stel je direct je vraag, waarna een bijlesdocent je verder helpt. Zo wordt leren aangenamer en zullen je schoolprestaties binnen afzienbare tijd verbeteren.

Covalentie van een atoom

De covalantie van een atoom heeft te maken met de hoeveelheid atomen waarmee het een binding kan aangaan. Dit hangt af van het aantal vrije elektronen in de buitenste schil. Om dit te bepalen moet je gebruikmaken van de octetregel. Dit is een regel die aangeeft dat in de buitenste schil van een edelgas acht elektronen te vinden zijn. Daardoor treedt een stabiele omringing van elektronen. De buitenste ring moet dus altijd minimaal acht elektronen bevatten. In Binas is te vinden hoeveel elektronen elk element in de schil heeft. Fosfor is hier een goed voorbeeld van. In Binas zie je dat de elektronenconfiguratie 2, 8, 5 betreft. In de buitenste schil vind je er dus 5. Dit zijn er drie te weinig om er acht te hebben.

Op zoek naar een ander onderwerp?